
MAVC in Nederland
![]() ![]() |
Stripboeken
De wortels van de Nederlandse strip liggen in middeleeuwse illustraties die, vanwege het feit dat vrijwel alle mensen in de tijd analfabeet waren, een veel efficiëntere manier waren om dingen uit te leggen. De kerk gebruikte dit ten volle met afbeeldingen van religieuze verhalen, vaak in sequentiële vorm.
De kerk was echter niet de enige die sequentiële kunst maakte. Zo vroeg als de 16de eeuw begonnen uitgevers met het uitgeven van geïllustreerde sprookjes en verhalen zoals die van doctor Faust. Humoristische werken werden gepubliceerd in de vorm van spotprenten en figuren als 'Jan de Wasscher' en zijn vrouw 'Griet' werden terugkomend karakters in publicaties gedurende bijna 3 eeuwen.
De kunst van het cartoonisme ontwikkelde zich gestaag en strips begonnen in kranten en tijdschriften te verschijnen. Invloeden kwamen van Frans-Belgische ' bande dessinée' en Amerikaanse comics.
Hedendaagse Nederlandse strips kunnen gevonden worden in twee variaties: de 4-paneel humor strip, welke het meest in kranten en tijdschriften voorkomt en soft-cover stripboeken van 21.5x28.5 cm. Beiden worden veelal geproduceerd in kleur. Stripboeken zijn vaak onafhankelijke series die gevonden kunnen worden in vele teken stijlen. Ze worden vrijwel altijd gepubliceerd in kleur, met diverse thema's, hoewel de humor strip duidelijk een Nederlandse favoriet is.
Beroemde voorbeelden van Nederlandse strips zijn “Olivier B. Bommel”, “Sjors en Sjimmie”, “Jan, Jans en de kinderen” en “Dirk-jan”. Nederland kent een redelijk aantal uitgevers, met als grootste (op het gebied van strips) “Big Balloon”[1] en “Silvester strips”[2].
Animatie
Nederlandse animatie bestaat grotendeels uit ondersteunend werk voor reclames en/of bestaande televisie programma's. Onafhankelijke projecten worden veelal gedaan als kunst projecten. Vrij weinig programmas worden geproduceerd voor directe entertainment doeleinden.
Onafhankelijke animatie kan worden gevondenin de vorm van kunst- en studenten projecten, die vaak een experimentele stijl volgen. Films zoals degenen die worden gebruikt in het programma '2 voor 12', geproduceerd door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU)[3], getuigen hiervan. Sommige van deze producties hebben de harten weten te winnen van een internationaal publiek, zoals de korte animatie 'Father and Daughter', die meerdere prijzen in de wacht wist te slepen, onder anderen een Oscar in 2001.
Voor grote producties werken de Nederlanders vaak samen met andere landen: een interessant voorbeeld hiervan is 'Alfred J. Kwak', een productie van de VARA[4] samen met Telescreen (voorheen Telecable Benelux B.V.)[5] en TV Tokyo[6]. Het verhaal en de muziek werden geschreven door Herman van Veen, een Nederlandse kunstenaar, terwijl de animatie werd geproduceerd in Japan. Een andere grote, maar puur Nederlandse productie was 'Bamboo Bears', een tv-serie.
Maar de meest prominente Nederlandse animatie is ongetwijfeld de avond vullende 'Als je begrijpt wat ik bedoel', een animatie gebaseerd op Marten Toonder's 'Olivier B. Bommel'.
In recente jaren is animatie onderwijs zich meer gaan richten op entertainment, in plaats van op kunst of reclame en het aantal hogescholen en universiteiten dat opleidingen in animatie biedt is groeiende. Deze trend kan worden vergeleken met die van de games industrie.
Games
Muziek
References |
|
| [1] | Big Balloon (nederlands) |
| [2] | Silvester strips (nederlands) |
| [3] | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (nederlands,english) |
| [4] | Vara (nederlands) |
| [5] | Telescreen BV (nederlands,english) |
| [6] | TV Tokyo (japanese) |
| [7] | Davilex (nederlands) |
| [8] | Guerrilla games (english) |
| [9] | Triumph studios (english) |


